Veel bedrijven worstelen met de complexe ATEX-regelgeving. EXsupplies lost dit op door middel van een overzichtelijk EVD met zoneringstekeningen en een praktisch plan van aanpak. Alles conform de eisen uit de ATEX-153 richtlijn.
Een EVD is verplicht, maar vaak onduidelijk voor personeel dat ermee moet werken. Wij vertalen de wettelijke eisen onder meer naar duidelijke instructies en zonetekeningen. Zo weten je operators en monteurs precies waar ze aan toe zijn en voorkom je schijnveiligheid.
Explosieveiligheid is geen momentopname. Installaties wijzigen, processen veranderen. Wij richten je EVD zo in dat het eenvoudig bij te werken is. Met onze periodieke auditservice zorgen we ervoor dat je documentatie altijd overeenkomt met de werkelijkheid.
Wij schatten de risico’s niet alleen in, we meten ook. Door fysieke metingen (zoals gas- en luchtsnelheidsmetingen) kunnen we de risico’s preciezer inschatten. Een lager risico leidt tot minder gedoe en lagere kosten, bijvoorbeeld bij de aanschaf van apparatuur.
Start je vanaf nul of heb je al een basis? Wij leveren wat je nodig hebt: een volledig nieuw EVD óf een actualisatie van je bestaande document. Hoe dan ook: wij zorgen dat de documentatie (weer) overeenkomt met de praktijk.
ATEX-beleid omvat alle benodigde procedures en organisatorische maatregelen ter beheersing van explosierisico’s. Daarin leg je belangrijkste afspraken over explosieveiligheid vast, zoals verantwoordelijkheden, werkwijzen en controles. Denk aan:
– het markeren van ATEX-zones met EX-waarschuwingssymbolen;
– de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
– een opleidings- en trainingsplan voor o.a. operators, monteurs en managers;
– procedures en instructies met betrekking tot veilig werken tijdens normaal bedrijf (routinematig werk);
– een werkvergunningsproces en dezoneringsprocedure voor niet-routinematig werk (bijvoorbeeld onderhoud) in de ATEX-zones;
– een onderhoudsbeheersysteem voor ATEX-apparatuur;
– een wijzigingsproces (Management of Change).
De organisatorische maatregelen moeten worden vastgelegd in het EVD.
De volgende zaken moeten in het EVD in elk geval aan bod komen:
– een beschrijving van de arbeidsplaats, activiteiten en processen;
– fysische eigenschappen van de (brandbare) stoffen;
– gevarenzone-indeling;
– inventarisatie van de aanwezige potentiële ontstekingsbronnen binnen de gevarenzones;
– genomen effectreducerende maatregelen;
– beschrijving van de genomen organisatorische maatregelen;
– plan van aanpak met verbetermaatregelen.
Een EVD moet actueel zijn. Iedere wijziging die impact heeft op de explosierisico’s dient verwerkt te worden in het EVD. Hieronder vallen onder meer:
– een technische wijziging in de fabriek (bijvoorbeeld een nieuw proces of nieuwe installatie);
– een organisatorische wijziging (bijvoorbeeld procedurele of personele wijzigingen);
– een wijziging in wet- en regelgeving.
In de praktijk worden wijzigingen niet elke keer afzonderlijk van elkaar doorgevoerd in het EVD, maar vindt eens in de drie tot vijf jaar een update van het EVD plaats.
Conform de NEN-EN1127-1 moeten minimaal de volgende dertien soorten ontstekingsbronnen worden beoordeeld op aanwezigheid binnen een ATEX-zone:
1. hete oppervlakken
2. vlammen en hete gassen
3. mechanisch opgewekte vonken
4. elektrische apparaten
5. elektrische zwerfstromen en kathodische bescherming
6. statische elektriciteit
7. bliksem
8. elektromagnetische radiogolven (van 104 tot 3 x 1011 Hz)
9. elektromagnetische optische golven (van 3 x 1011 tot 3 x 1015 Hz)
10. ioniserende straling
11. ultrasone golven
12. adiabatische compressie en schokgolven
13. exotherme reactie, incl. zelfontsteking van stoffen.
Binnen elke arbeidsplaats dien je na te gaan welke ontstekingsbronnen in de ATEX-zones kunnen voorkomen en welke maatregelen je neemt om de kans op ontsteking te voorkomen. Belangrijke maatregelen zijn het toepassen van explosieveilige (Ex-)apparatuur en het aanbrengen van aarding en potentiaalvereffening. De uitkomsten van deze inventarisatie leg je vast in het EVD.
In het verificatiedossier bundel je alle informatie waarmee je aantoonbaar maakt dat het apparaat geschikt is voor de betreffende ATEX-zone én correct is geïnstalleerd (met de juiste onderdelen). Denk aan:
– informatie over de ATEX-zone (verwijzing naar EVD mogelijk);
– fysische eigenschappen van de componenten en het materieel (o.a. Ex-markering en temperatuurwaarden);
– componentenlijst;
– ATEX-certificaten inclusief aanvullende voorwaarden (X-condities);
– loopberekeningen van intrinsiek veilige circuits (Ex i);
– gebruikers- en onderhoudsvoorschriften;
– technische tekeningen en specificaties (o.a. elektrische schema’s en kabellijsten);
– verklaringen van overeenstemming;
– kwalificaties van de fabrikant en monteurs.